De ochtendwandeling – door Deborah Drake (voor HySoS).

“Verdomme” zegt de stem in mijn hoofd. “Dacht ik nou echt net die niet zo tactvolle gedachte omdat ik “Eric” op het pad zag lopen dat ik voor mezelf had willen hebben?”

Ja, inderdaad. Ik heb onvriendelijk gedacht over een ander mens om half acht ‘s morgens – als de dag nieuw is en er theoretisch een zee van mogelijkheden voor me ligt.. Ik voel  mijn lichaam  ineenkrimpen  bij de  gedachte: “Nou hoef ik  Eric’s eindeloze donkere wolk niet nog eens aan te horen. Het is altijd het zelfde liedje..”
“Ik voel me gewoon een slecht mens omdat ik deze instinctieve reaktie heb op een medewandelaar, MAAR, hij kotst zijn klaagzang  steeds weer over mijn goede ochtendhumeur. Ik ben het zat om “verplicht” aardig te zijn en te luisteren terwijl hij nooit eens begrijpt nooit dat hij zich aan een ander opdringt  als hij doorzeurt over hoe bang hij is dat hij het aan zijn hart heeft, over zijn investeringen en zijn frustratie dat mensen niet snappen wat voor een gevoelige man  hij is. (Hoe zo? Wat bedoelt ie? Het klinkt meer alsof hij liever een vrouw  zou zijn.)

Het park in de buurt is populair bij honden-eigenaars, wandelaars en renners. Sommige mensen zijn tevreden als je even je hand opsteekt om ze goeie-morgen- wuiven en lopen dan door. Maar anderen moeten zo nodig bijpraten nemen dan maar aan dat jij alles wilt horen over hun angsten. Ik verhuis dan uiteindelijk maar naar het lager gelegen wandelpad waar zij niet komen.

Toen ik vanochtend op het stuk park op de heuvel kwam, waar ik al vijf jaar lang bijna iedere dag gewandeld heb, zag ik Eric al naar me toekomen en ik  voelde dat hij me gezien had. Mijn voeten wilden omdraaien en teruglopen naar het lagere deel van het kilometer- lange pad, maar ik zei tegen mezelf: “Nee, vandaag mag je niet “egocentrisch” zijn en hem openlijk vermijden. Hij heeft je gezien. Vandaag ga je maar eens een goede luisteraar voor hem zijn.”

Ik had me voorgenomen om met medegevoel naar hem te luisteren, maar na 20 minuten word ik bijna misselijk van Eric’s monoloog. Ik krijg er gewoon de kriebels van en moet maken dat ik wegkom. Ik zeg tegen mezelf: “Verontschuldig je gewoon en ga naar het lagere deel van het park. Je hebt je best gedaan; je hebt naar hem geluisterd. Maar toch…”

Ik vind mezelf een aardig genereus mens, maar van tijd tot tijd bereik zelfs ik mijn grenzen. En als ik dan  voor mezelf opkom moet ik dan een slecht gevoel over mezelf hebben? Waar komt dat vandaan? Ik zou me eigenlijk wel graag beter over mezelf willen voelen als ik in voor mijn eigen belang zorg in iets dat niet eens ten koste van anderen is. Kan dat? Is het toegestaan om dit te willen?

Nou vraag ik me dus af welk deel van mij niet gezien wil worden als “egoistisch” of “onvriendelijk” en wat me motiveert om aan niet-plezierige conversaties deel te moeten nemen. Hoe ben ik tot deze volwassene uitgegroeid? Deze vraag komt weer bij me op als ik dit verhaal op een dag vertel aan een vriendin) die mij altijd goed begrijpt.

Als ik terug denk aan vroeger toen ik nog klein was en ik moest leren omgaan met mijn vader en moeder, dan kan ik me herinneren dat ik stil was en eerst leerde om een goede luisteraar te zijn. Ik wilde boven alles dat ze van me hielden en me niet vergaten. En vooral mijn moeder had veel aan haar hoofd in die tijd en het laatste wat ik wilde doen was haar van streek maken. Ik herinner me dat ik toen ik een jaar of acht was al veel volwassener moest handelen om de dingen rustig te houden voor mijn zusje en mij. Het was mijn taak om naar mijn moeder te luisteren, wat haar stemming ook was, en ze was vaak verdrietig en praatte veel.

Ja, want wat was mijn uiteindelijke doel natuurlijk? Dat mijn moeder van me zou houden, wat het me zelf ook maar zou kosten. En onbeleefd tegen haar (of andere mensen) zijn zou me dat niet opleveren, toch?

Pas jaren later en na veel gesprekken met mezelf en met anderen, zie ik in dat ik niet zo nodig altijd de goede luisteraar hoef te zijn en dat ik er prima mee kan leven  als mensen me al dan niet leuk vinden zoals ik ben.

Dus wat doe ik vanochtend – na dat ik met mijzelf overlegd heb– en Eric intussen maar doorgaat over de roman die hij aan het schrijven is? Ik stop bij een afsplitsing in het pad en zeg: “Zo, Eric, ik sla hier af en ga naar huis en aan het werk. Het beste er mee. ”

En terwijl ik wegloop voelt de ochtendlucht  weer fris en licht, precies zoals ik het wil hebben zo‘s morgens vroeg.